Het is elf uur als we de Pilsvogel - het café van Kluun en duizend anderen - passeren. Het terras is propvol en heeft een groep jongens in witte overhemden meedogenloos de straat op gedrukt. 'Wat gebeurt daar?' vraagt de vriendin, die net zo nieuwsgierig is als ik. 'Dat is toch niet normaal, zoveel volk?'
We staan even stil en kijken. De vriendin haalt haar schouders op en loopt door. 'Ze geven daar zeker gratis iets weg.' Ik grinnik. We blijven toch allochtoontjes, als puntje bij paaltje komt. Hollanders zijn gierig en of dat nu zo is of niet, het is zo.
In een rustiger cafeetje bij het Sarphatipark bestelt de vriendin twee biertjes. Zij neemt iets dat ik niet ken, ik krijg een Jupiler. Daarvan is de slogan in België al decennialang ‘Mannen weten waarom.' Vrouwen weten dat gelukkig ook. Maar Hollanders? Die niet.
Nee, Hollanders snappen het toch niet helemaal. Ze kunnen die Jupilerkes (met een ‘j' van ‘jarretel, niet van ‘jakkes') niet schenken. Ik ook niet, hoor, maar het gaat even niet om mij. Het punt is dat het bier in het Jupilerglas tot aan het logootje op het glas moet reiken.
U kent dat logo wel. Zo'n rood plaatje met een geil stiertje. ‘De stier z'n kloten moeten juistekes in het bier hangen,' vertelde dezelfde vriendin mij bij mijn bierdoop, enkele maanden geleden. ‘Daarboven moet de schuimkraag beginnen.' Nou, de schuimkraag van de Hollanders, die begint al onder de stier zijn poten.
Maar ach, kan mij het schelen. Voor een perfect getapt bier ga ik wel terug naar België. Eerlijk gezegd kan het mij geen ene stierkloot schelen. Was een lekker fris biertje. Vlamingen weten waarom.