Op de doos staan stickers. Een blauwe: ‘For pickup or tracking', met logo van USPS (‘call 1-800-222-1811'). Een witte: ‘ANT', ‘C3', ‘136', en twee streepjescodes. Een adres in België, een adres in de Verenigde Staten, een plastic envelop met in rode letters: ‘Attention, envoi avec frais.'
Het ziet er allemaal heel ernstig uit. Alsof het pakket een medisch apparaat bevat, speciaal uit Amerika gehaald, de laatste redding voor een jongetje van vijf. Of het is een kristallen vaas van drieduizend dollar - please, laat het dat niet zijn, want met kristal heb ik niets. (Uiteindelijk is kristal, uh, glas. Als ik van gedachte verander, laat ik het weten. Over een jaartje of veertig.)
Ik plant een aardappelmesje in de keurig dichtgeplakte gleuven van het karton. Peuter, peuter. Eindelijk. Er komt een tweede doos tevoorschijn. Glanzend, spannend. Wat is dit? The Journey to Wild Divine. En dan begint het me te dagen: ooit, lang geleden, heb ik hierom gevraagd. En nu had ik het. ‘Meditation adventure for mind & body.'
Voor u ophoudt met lezen: nee, ik ben niet van de computerspelletjes. En nee, ik ben niet al te spiritueel ingesteld (zou het wel willen, maar hou te veel van aardse zonden). Maar dit wou ik wel. In de glanzende doos zit een blauw kastje, met daarna drie blauwe dingetjes. Biofeedback sensoren voor aan de vingers. Die meten hartritme en andere gekke dingen.
Punt is: van dit spel krijg je geduld. En dat heb ik niet. Geduld is mij onbekend. Drie jaar geleden, aan het einde van mijn stage bij dagblad Trouw, overhandigde mijn chef me een aanbevelingsbrief. Die stond vol complimenten, maar! ... Ik miste iets cruciaals, schreef hij. Ik was ongedurig. 'En het journalistieke vak bestaat voor een groot deel uit wachten,' voegde hij nog toe.
Dit spel is dus geen spel voor mij, maar een godsgeschenk. Ik heb het net uitgeprobeerd, een halfuurtje maar. En ik voel me zo sereen. Ik moest bijvoorbeeld diep ademhalen om een virtueel vuurtje te doen branden. Dat ging echt niet hoor, eerst. Dat hout wilde maar geen vlam vatten. En ik maar blazen. Toen werd ik rustig. Tellen, kalmeren. Na vijf lange minuten zag ik een vlammetje. Een kleintje. Het werd groter, en opeens had ik een vuur.
Ja, daar zat ik dan te blazen. Het klinkt stom, en het zag er vast heel stom uit - maar ik werd er kalm van. Rust, het mooiste cadeau dat er bestaat. Vooral voor onrustige wezens zoals ik.